Risico: overlijden

Hiermee kan je laten zien hoe de planning verloopt als er een persoon uit het huishouden zou komen te overlijden. Hieronder een uitleg van wat er qua berekeningen en logica gebeurd als je dit risico activeert.

Wie en wanneer

Je kiest welke persoon uit het huishouden overlijdt en op welke datum. Vanaf die datum past het plan zich automatisch aan.

Je kan dit risico, net zoals alle andere risico's, gemakkelijk aan en uit zetten via het dropdown menu.

Je kan dit risico, net zoals alle andere risico's, gemakkelijk aan en uit zetten via het dropdown menu.

Inkomen van de overledene stopt

Alle inkomsten van de overleden persoon stoppen op de overlijdensdatum: loondienst, DGA, ondernemerschap, ROW, alimentatie, schenkingen, overige uitkeringen en pensioen.

In het overlijdensjaar wordt het inkomen naar rato per dag berekend tot de overlijdensdatum.

AOW van de nabestaande

Heeft de nabestaande de AOW-leeftijd al bereikt, dan wordt de AOW in het overlijdensjaar gesplitst: tot de overlijdensdatum nog op basis van de bestaande burgerlijke staat, vanaf de overlijdensdatum als alleenstaand. Vanaf het jaar daarna telt de nabestaande volledig als alleenstaand voor de AOW.

Partner- en wezenpensioen

Uit de pensioenregelingen van de overledene wordt vanaf de overlijdensdatum partnerpensioen uitgekeerd aan de nabestaande. Per regeling wordt automatisch het juiste bedrag gekozen op basis van of de regeling actief of slapend is, en of de overledene de pensioenleeftijd al had bereikt. Het partnerpensioen loopt door tot het einde van de planning.

Voor elk kind onder de 25 jaar wordt daarnaast wezenpensioen uitgekeerd. In het jaar dat een kind 25 wordt, stopt de uitkering en dit wordt berekend naar rato per dag.

Nabestaandenlijfrente

De opgebouwde lijfrente van de overledene (zowel bankspaar/beleggings als een lijfrentepolis) wordt op de overlijdensdatum omgezet in een nabestaandenlijfrente voor de nabestaande. Je stelt zelf de duur in jaren in, let hier op de wettelijke kaders (meestal minimaal 5 en maximaal 30 jaar).

Bij een lijfrentepolis vormt het verzekerde bedrag bij overlijden uit de polis het kapitaal voor de uitkering.

Uitkering uit ORV of kapitaal-/beleggingsverzekering

De uitkering wordt op de overlijdensdatum berekend, waarbij rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld dalende dekking. Per polistype kies je wat er met de uitkering gebeurt:

  • Vrij besteedbaar: het bedrag valt in box 3 (sparen of beleggen, volgens de instellingen onder Vermogen en Overschot / tekort).
  • Aflossen hypotheek: het bedrag wordt gebruikt om leningdelen af te lossen, in een volgorde die je zelf bepaalt door de leningdelen in volgorde te slepen. Wat overblijft, valt alsnog in box 3.

Is het verzekerde bedrag bij overlijden uitgedrukt als percentage van de polis-waarde, dan vul je een verwacht rendement (%) in. De polis-waarde wordt dan met dat rendement doorgerekend van de laatst bekende waardedatum naar de overlijdensdatum.

ANW-uitkering

De nabestaande krijgt een ANW-uitkering wanneer:

  • de nabestaande nog onder de AOW-leeftijd is, EN
  • er een kind onder de 18 in het huishouden is, OF de nabestaande voor 45% of meer arbeidsongeschikt is.

Eigen inkomen van de nabestaande kort de ANW gedeeltelijk of helemaal weg. Bij een maandinkomen onder het vastgelegde bedrag voor het belastingjaar is er geen korting; daarboven wordt 2/3 van het meerdere gekort. Bij een maandinkomen boven een bepaald bedrag vervalt de ANW volledig, dit is ook op basis van het officieel vastgestelde bedrag voor het belastingjaar.

Goed om te weten: de planning gebruikt de officieel vastgestelde bedragen van het belastingjaar in de planning. Zijn deze nog niet bekend (vaak het geval gezien bijna alle jaren in de toekomst zullen liggen), dan gebruiken we de waarden van het laatst officieel bekende belastingjaar.

Voor de korting tellen mee: loondienst, DGA, ondernemerschap, ROW, en WW-, WGA-, IVA- en AOV-uitkeringen. Vrijgestelde inkomsten zoals lijfrente, partner- en wezenpensioen, vakantiegeld en AOW tellen niet mee.

ANW-hiaat verzekering

Heeft de overledene een ANW-hiaat verzekering met een vast jaarbedrag, dan wordt dat uitgekeerd aan de nabestaande vanaf de overlijdensdatum tot de AOW-leeftijd van de nabestaande.

Markering in de grafiek

In het overlijdensjaar verschijnt een markering boven de grafiek, zodat duidelijk zichtbaar is vanaf welk moment de berekeningen veranderen.

Wat (nog) niet wordt meegenomen

  • Kinderbijslag, kindgebonden budget (alleenstaande oudervariant) en zorgtoeslag.
  • De ANW-hiaat variant "Aanvulling tot maximum ANW" (alleen het vaste jaarbedrag wordt ondersteund).
Heeft dit je vraag beantwoord? Bedankt voor de feedback! Er is een probleem opgetreden met je feedback versturen. Probeer het later nog eens.