Risico: overlijden
Met deze instelling kun je laten zien hoe de planning verloopt als er een persoon uit het huishouden zou komen te overlijden. Hieronder een uitleg van wat er qua berekeningen en logica gebeurd als je dit risico activeert.
Wie en wanneer
Je kiest welke persoon uit het huishouden overlijdt en op welke datum. Vanaf die datum past het plan zich automatisch aan.
Ga naar Instellingen -> Risico's -> Overlijden om de instellingen te kiezen.

Je kunt daarna het risico gemakkelijk activeren via de Risico knop.

Wat naar rato betekent
In het jaar van overlijden gebeurt er iets halverwege. In plaats van een post het hele jaar mee te tellen of hem meteen helemaal weg te laten, verdeelt Lumeo hem naar het aantal dagen dat iemand dat jaar nog leefde: de dagen tot en met de overlijdensdatum gedeeld door het aantal dagen in dat jaar (365, of 366 in een schrikkeljaar).
Voorbeeld: overlijden op 31 maart 2026. Dat zijn 90 van de 365 dagen, dus ongeveer 25%.
| Post | 2026 (jaar van overlijden) | 2027 en verder |
|---|---|---|
| Salaris van de overledene | 25% van het jaarbedrag | € 0 |
| Lijfrente-inleg van de overledene | 25% van de jaarinleg | € 0 |
| Premie polis op zijn of haar leven | 25% van de jaarpremie | € 0 |
| Zelfstandigenaftrek (€ 3.750) | 25%, dus ongeveer € 937 | € 0 |
| Startersaftrek | Idem, naar rato | € 0 |
In de jaren vóór het overlijden telt alles dus voor 100% mee, in het overlijdensjaar voor het deel van het jaar dat de persoon leefde, en daarna nul. Iemand die eind maart overlijdt heeft drie maanden salaris gehad, drie maanden lijfrente ingelegd en drie maanden premie betaald. De aangifte over het overlijdensjaar werkt op dezelfde manier.
Inkomen van de overledene stopt
Alle inkomsten van de overleden persoon stoppen op de overlijdensdatum: loondienst, DGA, ondernemerschap, ROW, alimentatie, schenkingen, auto van de zaak (bijtelling), overige uitkeringen, overig bruto en overig netto inkomen, en pensioen.
In het overlijdensjaar wordt het inkomen naar rato per dag berekend tot de overlijdensdatum.
Heb je andere instellingen gedaan, zoals bijvoorbeeld 50% stoppen met werken, dan wordt dit uiteraard ook overschreven als de overlijdens datum daarvoor ligt.
AOW van de nabestaande
Heeft de nabestaande de AOW-leeftijd al bereikt, dan wordt de AOW in het overlijdensjaar gesplitst: tot de overlijdensdatum nog op basis van de bestaande burgerlijke staat, vanaf de overlijdensdatum als alleenstaand. Vanaf het jaar daarna telt de nabestaande volledig als alleenstaand voor de AOW.
Partner- en wezenpensioen
Uit de pensioenregelingen van de overledene wordt vanaf de overlijdensdatum partnerpensioen uitgekeerd aan de nabestaande. Per regeling wordt automatisch het juiste bedrag gekozen op basis van of de regeling actief of slapend is, en of de overledene de pensioenleeftijd al had bereikt. Het partnerpensioen loopt door tot het einde van de planning.
Voor elk kind onder de 25 jaar wordt daarnaast wezenpensioen uitgekeerd. In het jaar dat een kind 25 wordt, stopt de uitkering. Dit wordt berekend naar rato per dag.
Nabestaandenlijfrente
De opgebouwde lijfrente van de overledene (zowel lijfrentebanksparen/-beleggen als een lijfrentepolis) wordt op de overlijdensdatum omgezet in een nabestaandenlijfrente voor de nabestaande. Je stelt zelf de duur in jaren in, let hier op de wettelijke kaders (meestal minimaal 5 en maximaal 30 jaar).
Bij een lijfrentepolis vormt het verzekerde bedrag bij overlijden uit de polis (zoals ingevoerd) het kapitaal voor de uitkering.
Uitkering uit ORV of kapitaal-/beleggingsverzekering
De uitkering wordt op de overlijdensdatum berekend, waarbij rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld een dalende dekking. Per polis kies je wat er met de uitkering gebeurt:
- Vrij besteedbaar: het bedrag valt in box 3 (sparen of beleggen, volgens de instellingen onder Vermogen en Overschot / tekort).
- Aflossen hypotheek: het bedrag wordt gebruikt om de lopende hypotheek/restschuld af te lossen, in een volgorde die je zelf bepaalt door de leningdelen in de gewenste volgorde te slepen. Wat overblijft, valt alsnog (als overschot) in box 3.
Is het verzekerde bedrag bij overlijden uitgedrukt als percentage van de polis-waarde, dan vul je voor deze polis een verwacht rendement (%) in. De polis-waarde op de dag van overlijden wordt dan op basis van het ingevoerde rendement en de laatst bekende waarde berekend. Hoe recenter de laatste ingevoerde waarde van de polis hoe nauwkeuriger deze berekening.
Uitgaven
Onder het kopje uitgaven kun je kiezen of je de uitgaven aanpast. Het percentage werkt alleen op de doorlopende uitgaven die zijn ingevoerd, niet op de lasten die Lumeo automatisch berekent, zoals hypotheeklasten, schulden, verzekeringen en lijfrente-inleg.
Twee van die berekende lasten passen zich los van dat percentage wél aan: de premie van een polis op het leven van de overledene en de lijfrente- of pensioeninleg van de overledene. Die stoppen op de overlijdensdatum, zie hieronder.
Kies je voor detail niveau dan kan je per doorlopende uitgaven kiezen voor hoeveel % deze nog meetelt in de planning.
In het overlijdensjaar wordt het bedrag naar rato per dag gemengd: tot de overlijdensdatum het volle bedrag, daarna het verlaagde. De verlaging wordt toegepast ná de inflatie.
Verzekeringspremies
Een polis op het leven van de overledene keert uit of vervalt bij overlijden, dus de premie loopt niet door. Die stopt op de overlijdensdatum en telt in het overlijdensjaar naar rato mee. Polissen op het leven van de nabestaande lopen gewoon door.
Lijfrente- en pensioeninleg
De inleg van de overledene stopt op de overlijdensdatum en telt in het overlijdensjaar naar rato mee. De opgebouwde waarde verdwijnt niet: die komt aan de inkomstenkant terug als nabestaandenlijfrente. Inleg van de nabestaande loopt door.
Wat blijft doorlopen
Hypotheeklasten en schuldtermijnen blijven in het plan staan. Die gaan over op de nalatenschap en stoppen dus niet bij overlijden.
Aftrekposten en belasting
De aftrekposten van de overledene volgen dezelfde lijn als zijn of haar inkomsten:
- Lijfrente-inleg en AOV-premie tellen in het overlijdensjaar naar rato mee als aftrekpost, daarna niet meer.
- Ontvangen kinderalimentatie wordt eveneens naar rato meegenomen.
- Zelfstandigenaftrek en startersaftrek worden in het overlijdensjaar naar rato toegekend en vervallen daarna.
- Betaalde partneralimentatie: de aftrek in box 1 volgt exact het bedrag dat aan de uitgavenkant daadwerkelijk wordt betaald. Verlaag je de alimentatie-uitgave in het scenario, dan zakt de aftrek automatisch mee.
ANW-uitkering
De nabestaande krijgt een ANW-uitkering wanneer:
- de nabestaande nog onder de AOW-leeftijd is, EN
- er een kind onder de 18 in het huishouden is, OF de nabestaande voor 45% of meer arbeidsongeschikt is.
Eigen inkomen van de nabestaande kort de ANW gedeeltelijk of helemaal. Bij een maandinkomen onder het vastgelegde bedrag voor het belastingjaar is er geen korting; daarboven wordt 2/3 van het meerdere gekort. Bij een maandinkomen boven een bepaald bedrag vervalt de ANW volledig, dit is ook op basis van het officieel vastgestelde bedrag voor het belastingjaar.
Goed om te weten: de planning gebruikt de officieel vastgestelde bedragen van het belastingjaar in de planning. Zijn deze nog niet bekend (vaak het geval gezien bijna alle jaren in de toekomst zullen liggen), dan gebruiken we de waarden van het laatst officieel bekende belastingjaar.
Voor de korting tellen mee: loondienst, DGA, ondernemerschap, ROW, en WW-, WGA-, IVA- en AOV-uitkeringen. Vrijgestelde inkomsten zoals lijfrente, partner- en wezenpensioen, vakantiegeld en AOW tellen niet mee, en ook overig bruto en overig netto inkomen tellen niet mee voor de korting.
ANW-hiaat verzekering
Heeft de overledene een ANW-hiaat verzekering met een vast jaarbedrag, dan wordt dat uitgekeerd aan de nabestaande vanaf de overlijdensdatum tot de AOW-leeftijd van de nabestaande.
Markering in de grafiek
In het overlijdensjaar verschijnt een markering boven de grafiek, zodat duidelijk zichtbaar is vanaf welk moment de berekeningen veranderen.
Markeringen van de overledene die na de overlijdensdatum liggen verdwijnen: AOW, start en einde uitkering, stoppen met werken en eerder pensioen. Eigen toegevoegde markeringen blijven altijd staan.
Bij de nabestaande verschijnen nieuwe markeringen voor start en einde van de nabestaandenlijfrente. Wordt een leningdeel volledig afgelost met de uitkering, dan verdwijnt de markering "rente aftrekbaar tot".
Wat (nog) niet wordt meegenomen
- Kinderbijslag, kindgebonden budget (alleenstaande oudervariant) en zorgtoeslag.
- De ANW-hiaat variant "Aanvulling tot maximum ANW" (alleen het vaste jaarbedrag wordt ondersteund).