Scenario instellingen: pensioen
Met de instelling Pensioen kun je per persoon de AOW-datum, het werkgeverspensioen en de lijfrente-uitkeringen aanpassen in het plan. De instelling is opgedeeld in vier onderdelen: AOW-datum, werkgeverspensioen, korting eerder pensioen en lijfrente.
AOW-datum
Bovenaan kies je per persoon welke AOW-datum dit scenario gebruikt. Onder de keuze staat de officiële datum met de bijbehorende AOW-leeftijd ter referentie.
- Officieel: de wettelijk vastgestelde AOW-datum.
- Levensverwachting: de verwachte AOW-leeftijd volgens de SVB-berekening op basis van de levensverwachting.
- Handmatig: je vult zelf een datum in.
Handig: Bij Officieel en Levensverwachting wordt geen datum opgeslagen, maar wordt de datum altijd bepaald op basis van de actuele en officiële informatie van de overheid en de geschatte levensverwachting van het SVB. Komt er een nieuwe AOW datum of levensverwachting, dan update de planning dus automatisch.
Alleen bij Handmatig staat de datum vast, ook als de officiële datum of de levensverwachting later verandert.
Waar de gekozen datum in doorwerkt
- Het arbeidsinkomen loopt door tot de gekozen AOW-datum en stopt dan.
- De AOW-uitkering start op deze datum. De hele reeks pensioenperiodes schuift mee met het verschil, gerekend vanaf de AOW-datum die is opgeslagen in de pensioengegevens. Voerde je die gegevens in op basis van de levensverwachting, dan is dat het vertrekpunt en niet de officiële datum van vandaag.
- Het belastingtarief en de heffingskortingen schakelen op die datum over naar het AOW-tarief.
- Een lijfrente keert standaard vanaf die datum uit en wordt berekend op basis van de ingevoerde uitkeringsduur (tot 20 jaar na de AOW-datum).
- De uitzondering hierop is als je zelf een specifieke datum instelt voor start van de uitkering van de lijfrente in de instellingen in het financieel plan.
- De periodieke inleg van de lijfrente telt als maandlast mee tot diezelfde datum, tenzij bij het product zelf een einddatum voor de inleg is ingevuld.
- Bij het sub-scenario Overlijden volgen de ANW-uitkering, het ANW-hiaat en de keuze tussen partnerpensioen voor of na pensioendatum dezelfde datum.
Wat bewust niet meebeweegt
- De hoogte van de AOW-bedragen. Een latere AOW-datum betekent later AOW, niet meer AOW. De bedragen blijven zoals ze uit de pensioengegevens komen.
- De ingangsdatum van het werkgeverspensioen. Die stel je apart in bij Stappen pensioen uitkeren. Zet je de ingangsdatum van de AOW twee jaar later en laat je het werkgeverspensioen op zijn oorspronkelijke datum staan, dan zie je in de grafiek twee losse momenten: eerst het werkgeverspensioen, later de AOW.
- De rest van het dossier. De AOW-datum geldt alleen binnen de planning. Op het dashboard wordt altijd uit gegaan van de officiële door de overheid gepubliceerde AOW-datum.
Werkgeverspensioen
Per pensioenregeling kun je stappen toevoegen die bepalen vanaf welk moment welk deel van het pensioen wordt uitgekeerd. Elke stap bestaat uit:
- Moment: wanneer de stap ingaat, op basis van een leeftijd of een specifieke datum
- % pensioen uitkeren: welk deel van het pensioen vanaf dat moment wordt uitgekeerd (bijvoorbeeld 50% voor gedeeltelijk, 100% voor volledig)
Je kunt het pensioen zowel eerder laten ingaan als uitstellen.
Stappen vormen een ladder
Elk percentage geldt vanaf dat moment tot de volgende stap. Wil je het pensioen gefaseerd laten ingaan, dan zet je meerdere stappen achter elkaar, bijvoorbeeld 30% op 63 jaar, 60% op 65 jaar en 100% op de pensioendatum van de regeling.
Ligt de hele ladder voor de pensioendatum van de regeling, dan start het deel dat je niet eerder laat uitkeren automatisch op die pensioendatum. Reikt de ladder tot op of na de pensioendatum, dan gebeurt dat niet: het percentage van de laatste stap blijft dan staan tot je zelf een volgende stap toevoegt.
Eerder uitkeren
Bij elke stap wordt alleen het verschil met de vorige stap toegevoegd, en dat deel start op het moment van die stap. Bij één stap vóór de pensioendatum van de regeling levert dat twee delen op:
- Vroeg deel: het percentage dat je eerder laat uitkeren. Hierop wordt een korting toegepast (zie Korting eerder pensioen hieronder).
- Resterend deel: het overige percentage. Dit krijgt geen korting en start op de oorspronkelijke pensioendatum, tenzij je een latere stap toevoegt: dan start het op die stap.
Stel dat het te bereiken pensioen €20.000 per jaar is en je 50% eerder laat uitkeren: dan wordt €10.000 eerder uitgekeerd (met korting) en €10.000 op de oorspronkelijke datum (zonder korting).
De korting wordt altijd gerekend ten opzichte van de pensioendatum van de regeling zelf, niet ten opzichte van de AOW-datum.
Later uitkeren
Zet je een stap na de pensioendatum van de regeling, dan schuift de uitkering op en blijft het bedrag gelijk. Lumeo rekent geen verhoging voor uitstel, terwijl een pensioenuitvoerder de uitkering in de praktijk vaak wel verhoogt. Deze berekening is dus aan de voorzichtige kant.
Tussen de pensioendatum van de regeling en de stap keert de regeling niets uit. Dat zie je terug in de grafiek en in het overschot of tekort. Een eventuele verevening voor een ex-partner schuift mee met de uitgestelde datum, zodat die niet wordt afgetrokken in een periode zonder uitkering.
Let op: het percentage van de laatste stap blijft staan. Eén stap van 50% twee jaar na de pensioendatum keert vanaf dat moment 50% uit en blijft daarop staan. Wil je vanaf een later moment het volledige pensioen, voeg dan een stap van 100% toe.
Een aantal voorbeelden
| Stappen ingesteld | Wat de planning laat zien |
|---|---|
| 50% op 3 jaar voor de pensioendatum | 50% met korting vanaf dat moment, de andere 50% zonder korting vanaf de pensioendatum |
| 100% op 3 jaar voor de pensioendatum | Het volledige pensioen met korting vanaf dat moment |
| 50% op 2 jaar na de pensioendatum | Geen uitkering tot dat moment, daarna blijvend 50% |
| 100% op 2 jaar na de pensioendatum | Geen uitkering tot dat moment, daarna het volledige bedrag |
| 50% op 3 jaar voor en 100% op 2 jaar na de pensioendatum | 50% met korting vanaf 3 jaar voor de pensioendatum, de andere 50% vanaf 2 jaar erna |
Wanneer een stap halverwege het jaar ingaat, wordt het bedrag voor dat jaar naar rato per dag berekend.
Actieve en niet-actieve regelingen
Lumeo maakt onderscheid tussen actieve en niet-actieve (slapende) pensioenregelingen:
- Actief: het te bereiken bedrag is hoger dan het opgebouwde bedrag, er wordt dus nog pensioen opgebouwd. De berekening gaat uit van het te bereiken bedrag.
- Niet-actief (slaper): het opgebouwde bedrag is gelijk aan het te bereiken bedrag. De berekening gaat uit van het opgebouwde bedrag.
Dit onderscheid wordt per pensioenuitvoerder binnen de regeling bepaald. In hetzelfde overzicht kan de ene uitvoerder dus de korting voor actieve regelingen krijgen en de andere die voor niet-actieve. De stappen gelden wel voor de hele regeling; je kunt ze niet per uitvoerder zetten.
Het onderscheid is relevant voor twee dingen:
- De korting per jaar eerder kan apart worden ingesteld voor actieve en niet-actieve regelingen.
- Bij actieve regelingen wordt de gemiste opbouw door minder werken (via de instelling Inkomen afbouwen) meegenomen. De resterende opbouw wordt gelijkmatig verdeeld over de jaren tot de pensioendatum, en voor elk jaar waarin het inkomen lager is wordt de gemiste opbouw berekend.
Korting eerder pensioen
Wanneer pensioen eerder wordt uitgekeerd, past Lumeo een korting toe per jaar dat het pensioen eerder ingaat. Je kunt apart een percentage instellen voor:
- Actieve regelingen: pensioen waar nog opbouw plaatsvindt
- Niet-actieve regelingen: slaperpensioen waar geen opbouw meer loopt
Laat je het veld leeg, dan wordt standaard een korting op de uitkering van 7% per jaar gehanteerd. De korting wordt berekend over het aantal hele jaren tussen de vroege startdatum en de oorspronkelijke pensioendatum, met een maximum van 100%.
De korting rekent met hele jaren. Zet je een stap minder dan een jaar voor de pensioendatum, dan start dat deel wel op dat moment, maar zonder korting.
Voorbeeld: iemand laat 100% van het pensioen 3 jaar eerder uitkeren bij een korting van 7% per jaar. De totale korting is dan 21%, waardoor de berekende pensioenuitkering 79% van het oorspronkelijke pensioenbedrag wordt.
Wij toetsen niet of een pensioenfonds/-uitvoerder meewerkt aan het eerder uitkeren van ouderdomspensioen, maar berekenen alleen hoe het pensioeninkomen er uit kan zien als voor een eerdere pensioendatum wordt gekozen. Wat de exacte mogelijkheden voor een opgebouwd pensioen zijn zal dus moeten worden nagevraagd bij de pensioenuitvoerder/ het pensioenfonds.
Lijfrente
Per lijfrente-item (pensioensparen, pensioenbeleggen en lijfrentepolis) kun je de startdatum van de uitkering en het aantal jaar uitkeren aanpassen. Bij pensioensparen en pensioenbeleggen kun je daarnaast ook het rendement aanpassen.
Startdatum uitkering
Standaard keert de lijfrente uit vanaf de AOW-datum. Je kunt een afwijkende startdatum opgeven. Wanneer de startdatum voor de AOW-datum valt, wordt de uitkeringsduur automatisch berekend: de uitkeringsduur is dan de periode van startdatum tot AOW datum plus 20 jaar.
Rendement
Bij het invoeren van pensioensparen en pensioenbeleggen (lijfrente) in het dashboard kun je het jaarlijkse rendement aanpassen waarmee het opgebouwde kapitaal groeit tot aan de startdatum van de uitkering. Het oorspronkelijke rendement (zoals ingevoerd bij het item) wordt getoond ter referentie.
Bij een lijfrentepolis ontbreekt dit veld: daar is het verzekerd (of verwachte) kapitaal het bedrag op de uitkeringsdatum, dit kun je overnemen van de polis of het jaarlijkse waarde-overzicht..
Aantal jaar uitkeren
Het aantal jaren dat de lijfrente wordt uitgekeerd (minimaal 5, maximaal 20 jaar). Wanneer je de startdatum voor de AOW-datum hebt gezet, wordt de duur automatisch berekend en kun je dit veld niet handmatig aanpassen.
Rendement in periode van uitkeren
In het lijfrente-gedeelte van de pensioeninstellingen kun je het gemiddeld rendement in de periode van uitkeren instellen. Dit percentage wordt gebruikt om de maandelijkse uitkering te berekenen op basis van het opgebouwde kapitaal, de uitkeringsduur en het verwachte rendement tijdens de uitkeringsperiode. Laat je het veld leeg, dan wordt standaard 2% gebruikt.
Hoe de berekening werkt
De lijfrenteberekening bestaat uit twee stappen:
- Opbouwfase: het huidige kapitaal groeit met rendement (en eventuele periodieke inleg) tot aan de startdatum van de uitkering. Bij pensioensparen en pensioenbeleggen wordt het verwachte eindkapitaal berekend op basis van de inleg, het rendement en de looptijd. Bij een lijfrentepolis is het verzekerd/verwachte kapitaal het uitgangspunt.
- Uitkeringsfase: het eindkapitaal wordt omgezet naar een maandelijkse uitkering op basis van de uitkeringsduur en het rendement in de uitkeringsperiode. Het jaarlijkse uitkeringsbedrag wordt als bruto pensioeninkomen meegenomen in de berekening.
Wanneer de uitkering halverwege het jaar begint of eindigt, wordt het bedrag voor dat jaar naar rato per dag berekend.