Box 3 berekening

Lumeo berekent automatisch de box 3 belasting (vermogensrendementsheffing) over het vermogen van het huishouden. Deze berekening wordt onder andere gebruikt voor het inzicht op het klant-dashboard voor de box 3 belasting van het huidige jaar, en ook in veel grafieken en berekeningen in de financiële planning.

Peildatum

De hele berekening gaat uit van de stand op 1 januari van het belastingjaar, de wettelijke peildatum. Van spaar- en beleggingsrekeningen, en van de WOZ waarde, wordt de waarde genomen die het dichtst bij 1 januari ligt.

Voorbeeld 1: We zijn in 2026. Er is maar 1 saldo ingevoerd met als datum 14 juni 2026. Dat saldo wordt gebruikt voor de box 3 belasting van dat jaar (peildatum 1 januari 2026).

Voorbeeld 2: We zijn in 2026. Er is €27k ingevoerd met als datum 3 december 2025 en €40k met als datum 14 juni 2026. Het saldo van €27k van 3 december is het dichtste bij de peildatum voor 2026 dus dat wordt gebruikt voor de box 3 belasting van 2026.

Beide het box 3 inzicht wat te zien is op het klant dashboard, en de financiële planning, gebruiken deze logica voor het bepalen van de box 3 op de peildatum.

De reden dat we dit doen is dat mensen vaak midden in het jaar starten met het vullen van Lumeo. Je voegt een spaar- of beleggingsrekening toe, er wordt gevraagd naar 'saldo' en 'saldo op'. Ben je op 6 november van het jaar dit aan het invoeren dan zeg je 'ik heb nu, op 6 november 2026, €40.000 op m'n spaarrekening'. Hoewel we natuurlijk niet weten wat het saldo was op 1 januari, is het onwaarschijnlijk dat het klopt om €0 box 3 belasting te rekenen voor dat jaar.

Goed om te weten: in de financiële planning worden wel exacte datums gebruikt voor het saldo van het vermogen.

In het voorbeeld 2 van hierboven: die €40k gaat pas meetellen (en dus: renderen) in het vermogen vanaf 14 juni 2026, niet vanaf de peildatum 1 januari.

Welk vermogen telt mee

De applicatie telt de volgende onderdelen op als bezittingen:

  • Spaarrekeningen: het saldo op de peildatum.
  • Beleggingsrekeningen: het saldo op de peildatum.
    • Beleggingsrekeningen met losse categorieën volgen dezelfde regel via de opgetelde categoriewaardes per datum
  • Beleggingsverzekeringen: alleen polissen die expliciet in box 3 vallen. Polissen in box 1 of box 3 vrijgesteld tellen niet mee. De waarde wordt vanaf de laatst bekende waardedatum doorgerekend met het verwachte rendement van de polis zelf.
  • Woningen in box 3: een woning die in eigendom is (dus niet gehuurd) en niet de eigen woning (hoofdverblijf) is, zoals een tweede woning of verhuurd pand. Hiervoor wordt de WOZ-waarde gebruikt met een WOZ-datum die het dichts ligt bij de peildatum.

Schulden verlagen het vermogen:

  • Losse schulden: de restschuld op de peildatum.
  • Hypotheek / financiering in box 3: het deel van de restschuld dat in box 3 valt. Zodra de renteaftrek van een financiering is verlopen, telt de volledige restschuld mee in box 3.

Ondernemingsvermogen telt niet mee

Bezittingen en schulden die aan een onderneming zijn gekoppeld (BV, NV, eenmanszaak, VOF, maatschap) worden bij de box 3 berekening buiten beschouwing gelaten.

Peildatum WOZ waarde woningen in box 3

Hiervoor geldt dezelfde logica als hierboven beschreven voor spaar- en beleggingssaldo's. Dus als je een WOZ waarde van €400k invult met een datum van 6 juni 2026, dan wordt voor de peildatum 1 januari 2026 ook gerekend met die €400k WOZ waarde.

Hoe de belasting wordt berekend

De berekening volgt de forfaitaire methode met verschillende rendementen per categorie:

  1. Fictief rendement per categorie: over sparen geldt een eigen rendementspercentage. Beleggingen, beleggingsverzekeringen en box 3 woningen vallen onder "overige bezittingen" en gebruiken samen één (hoger) rendementspercentage. Ook over de schuld wordt een fictief rendement berekend.
  2. Aftrekbare schuld: van de totale schuld wordt eerst de schulddrempel afgetrokken. Alleen het deel boven de drempel telt mee.
  3. Netto rendement: het fictieve rendement over de bezittingen minus het fictieve rendement over de aftrekbare schuld.
  4. Belastbaar vermogen: het totale vermogen minus de aftrekbare schuld, en daarna minus het heffingvrij vermogen.
  5. Gemiddeld rendementspercentage: het netto rendement gedeeld door het vermogen na aftrek van de aftrekbare schuld, maar vóór aftrek van het heffingvrij vermogen. Dit percentage wordt toegepast op het belastbaar vermogen om het belastbaar rendement te bepalen.
  6. Belasting: over dat belastbaar rendement wordt het box 3 tarief geheven.

Alle bedragen en percentages (rendementen, drempels, heffingvrij vermogen en tarief) horen bij het gekozen belastingjaar en worden automatisch toegepast.

Fiscaal partnerschap

Heeft het huishouden een fiscaal partner, dan gelden een dubbele schulddrempel en een dubbel heffingvrij vermogen. De applicatie bepaalt dit op basis van de burgerlijke staat van het huishouden.

Goed om te weten

  • Goed om te weten: hetzelfde vermogen op de peildatum wordt ook gebruikt om te toetsen of er recht is op kindgebonden budget, en om het verzamelinkomen te bepalen.
  • Een woning die na de peildatum wordt gekocht, telt pas mee vanaf het jaar ná de aankoopdatum. Een verkochte woning telt niet meer mee vanaf het jaar ná de verkoopdatum. Uiteraard is aankoop/verkoop alleen relevant in de financiële planning waar deze momenten worden gepland.
  • De belasting kan nooit negatief zijn: is er per saldo geen belastbaar vermogen of geen positief rendement, dan is de box 3 belasting nul.
Heeft dit je vraag beantwoord? Bedankt voor de feedback! Er is een probleem opgetreden met je feedback versturen. Probeer het later nog eens.