Risico: arbeidsongeschikt
Met dit risico laat je zien hoe de planning verloopt als een persoon uit het huishouden arbeidsongeschikt raakt. Hieronder een uitleg van wat er qua berekeningen en logica gebeurt als je dit risico activeert.
Wie en wanneer
Je kiest welke persoon arbeidsongeschikt wordt en op welke datum (de eerste ziektedag). Vanaf die datum past het plan zich automatisch aan.
Ga naar Instellingen -> Risico's -> Arbeidsongeschikt om de instellingen te kiezen. Daarna zet je het risico aan via de Risico knop. Er kan altijd maar één risico tegelijk actief zijn.

Mate van arbeidsongeschiktheid
Je vult zelf het percentage arbeidsongeschiktheid in. De WIA-klasse volgt daar automatisch uit en staat onder het veld. Onder 35% bestaat er geen recht op WIA: het werkinkomen stopt dan wel, en uitkeringen uit verzekeringen lopen gewoon door.
Bij Benutte restverdiencapaciteit geef je aan welk deel van de restverdiencapaciteit (100% min het percentage arbeidsongeschiktheid) nog wordt terugverdiend. Dat bepaalt twee dingen: vanaf 50% volgt een loonaanvulling in plaats van een vervolguitkering, en de loonaanvulling wordt verlaagd met wat er wordt terugverdiend.
Bij 80 tot 100% arbeidsongeschikt verschijnt de keuze Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (IVA). Zet je die aan, dan wordt er met de IVA-uitkering gerekend in plaats van met de WGA.
Wat naar rato betekent
Verandert er iets halverwege een jaar, dan telt Lumeo per dag mee in plaats van een post het hele jaar of helemaal niet mee te nemen. Dat geldt voor de datum van arbeidsongeschiktheid, het einde van de loondoorbetaling, de start van de WIA en de start van een uitkering uit een verzekering.
De datum van arbeidsongeschiktheid zelf hoort al bij de nieuwe situatie. Bij 31 maart 2026 telt het ondernemersinkomen dus nog over de eerste 89 dagen van dat jaar mee, ongeveer een kwart, en wordt de zelfstandigenaftrek voor datzelfde deel toegekend.
Loondoorbetaling van de werkgever
Bij loondienst, of een DGA-salaris dat verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen, betaalt de werkgever het loon 104 weken door: standaard 100% in jaar 1 en 70% in jaar 2. Beide percentages kun je aanpassen.
Heeft de persoon geen loondienst en geen verplicht verzekerd DGA-salaris, dan is er geen loondoorbetaling en geen WIA. Het werkinkomen stopt dan op de datum van arbeidsongeschiktheid. Je ziet dat ook als melding in de instellingen.
Wat er met het inkomen gebeurt
| Post | Vanaf de datum van arbeidsongeschiktheid |
|---|---|
| Loon uit dienstverband en verplicht verzekerd DGA-salaris | 104 weken loondoorbetaling (jaar 1 en jaar 2), daarna € 0 |
| Bonus, overwerk en onregelmatigheidstoeslag | Stopt op de datum van arbeidsongeschiktheid |
| Ondernemersinkomen, niet verplicht verzekerd DGA-salaris en ROW | Stopt op de datum van arbeidsongeschiktheid |
| Auto van de zaak (bijtelling) en onkostenvergoeding | Lopen door tot het einde van het dienstverband, na de 104 weken |
| Handmatig ingevoerde WGA-, IVA- of AOV-uitkeringen van deze persoon | Vervallen, de berekende uitkeringen komen ervoor in de plaats |
| Pensioen, lijfrente, AOW, ontvangen alimentatie en schenkingen | Lopen door, de persoon leeft |
| WW, Wajong en bijstand, en het inkomen van de andere huisgenoten | Blijven ongewijzigd |
De loondoorbetalingsplicht geldt voor het loon, niet voor wat daar bovenop komt. Bonus en overwerk volgen de loondoorbetalingspercentages daarom niet.
Heb je voor deze persoon ook Inkomen afbouwen ingesteld, dan werkt dat percentage door bovenop de arbeidsongeschiktheid.
WIA-uitkering
De WIA-uitkering start na de 104 weken loondoorbetaling en loopt tot de AOW-datum. Er is alleen recht op WIA bij loondienst of een verplicht verzekerd DGA-salaris, en bij minimaal 35% arbeidsongeschiktheid.
- IVA (volledig en duurzaam): 75% van het referentieloon, doorlopend tot de AOW-datum.
- WGA, loongerelateerde fase: 70% van het referentieloon, gedurende de duur die je invult.
- Loonaanvulling na de loongerelateerde fase, bij volledige arbeidsongeschiktheid of als minstens 50% van de restverdiencapaciteit wordt benut: 70% van het referentieloon min wat er wordt terugverdiend.
- Vervolguitkering na de loongerelateerde fase in de klassen 35 tot 80% met minder dan 50% benutting: het klassepercentage maal het wettelijk minimumloon, dus los van het referentieloon.
De duur van de loongerelateerde fase hangt af van het arbeidsverleden, en dat leggen we niet vast. Lumeo vult daarom een voorstel in op basis van een arbeidsverleden vanaf het 18e levensjaar, binnen de wettelijke grenzen van 3 tot 24 maanden. Dat voorstel wordt opnieuw bepaald als je de persoon of de datum wijzigt, en je kunt het altijd zelf overschrijven.
Het referentieloon is het loon dat deze persoon in dat jaar zonder arbeidsongeschiktheid zou hebben, inclusief de inflatie-instelling van het scenario, gemaximeerd op het maximum SV-jaarloon.
Goed om te weten: de planning gebruikt de officieel vastgestelde bedragen en percentages van het belastingjaar. Zijn die nog niet bekend, dan gebruiken we de waarden van het laatst officieel bekende belastingjaar. Het regime van loondoorbetaling en WIA wordt vastgezet op het jaar van de datum van arbeidsongeschiktheid, zodat de planning niet verschuift als een later jaar bekend wordt.
Verzekeringen die uitkeren
In de instellingen zie je welke verzekeringen van deze persoon uitkeren in dit risico. Wachttijd, looptijd en indexatie worden automatisch meegenomen. Een geïndexeerde uitkering groeit jaarlijks, vanaf het eerste jaar na de start van de uitkering.
Arbeidsongeschiktheidsverzekering
De uitkering start op de datum van arbeidsongeschiktheid plus de wachttijd. Het bedrag voor het 1e jaar geldt voor de eerste 12 maanden gerekend vanaf de datum van arbeidsongeschiktheid, dus de wachttijd valt binnen dat eerste jaar. Bij een wachttijd van 12 of 24 maanden begint de polis daarom direct met het bedrag na het 1e jaar. Daarna loopt de uitkering tot de einddatum van de polis.
Woonlastenverzekering en broodfonds
De uitkering is het ingevoerde bedrag maal de frequentie, begrensd door de maximale looptijd en de einddatum van de polis. Bij een woonlastenverzekering met twee verzekeringnemers rekent Lumeo de helft per persoon, net zoals bij de premie. Een broodfondsuitkering is altijd netto, omdat het een schenking van de deelnemers is.
WGA-hiaatverzekering
Een WGA-hiaatverzekering vult alleen aan tijdens de vervolgfase: aanvulling tot het verzekerde percentage van het salaris, min de vervolguitkering. Er is dus geen aanvulling bij IVA, bij volledige arbeidsongeschiktheid, bij een loonaanvulling en onder de 35%. Het salaris volgt de inflatie-instelling en wordt altijd gemaximeerd op het maximum SV-jaarloon.
Bruto uitkeringen tellen mee in box 1, met een eigen ZVW-bijdrage. Netto uitkeringen komen na belasting bij het netto inkomen, want de premie was ook niet aftrekbaar.
Premies en premievrijstelling
- Arbeidsongeschiktheidsverzekering: zodra de polis uitkeert vervalt een deel van de premie, naar rato van de WIA-klasse (40%, 50%, 60%, 72,5% of 100%, van klasse 35 tot 45% naar klasse 80 tot 100%). De rest van de premie loopt door.
- Woonlastenverzekering en broodfonds: de premie stopt helemaal.
- Werknemersdeel van de pensioenpremie: loopt volledig door tijdens de 104 weken, want de persoon is nog in dienst. Daarna valt het vrijgestelde deel weg, ook naar rato van de WIA-klasse.
- Lijfrente- en pensioeninleg: loopt door. Een premievrijstellingsclausule op een lijfrente leggen we niet vast, die geef je aan met de einddatum van de inleg.
- Schuldtermijnen: blijven ongewijzigd doorlopen.
De aftrek van deze premies in box 1 beweegt mee met de premie, dus premie en aftrek kunnen niet uit elkaar gaan lopen.
Aftrekposten en belasting
- Zelfstandigenaftrek en startersaftrek worden naar rato toegekend over de periode tot de datum van arbeidsongeschiktheid en vervallen daarna.
- Urencriterium: de ingevoerde uren worden geschaald naar het deel van het jaar vóór de datum van arbeidsongeschiktheid en daarna getoetst aan de 1.225 uur. Een datum in februari haalt het criterium dus niet, een datum in september wel.
- MKB-winstvrijstelling volgt automatisch de lagere winst.
- Betaalde partneralimentatie en overige aftrekbare uitgaven: de aftrek volgt precies het bedrag dat aan de uitgavenkant wordt betaald. Verlaag je die uitgave in het scenario, dan zakt de aftrek automatisch mee.
Uitgaven
Onder het kopje uitgaven kies je welk deel van de doorlopende uitgaven na de arbeidsongeschiktheid doorloopt. In de standaard modus geldt één percentage voor alle uitgaven, in de detail modus stel je per doorlopende uitgave in voor hoeveel procent deze nog meetelt.
Het percentage werkt alleen op de doorlopende uitgaven die je zelf hebt ingevoerd, niet op de lasten die Lumeo automatisch berekent, zoals hypotheeklasten, huur, schulden, VVE en verzekeringspremies. De verlaging wordt toegepast ná de inflatie. In het jaar van arbeidsongeschiktheid wordt naar rato per dag gemengd: tot de datum het volle bedrag, daarna het verlaagde.
Anders dan bij het risico overlijden lopen de verzekeringspremies en de lijfrente-inleg hier door. Alleen de premievrijstelling hierboven verlaagt ze.
Markeringen in de grafiek
- De datum van arbeidsongeschiktheid.
- De start van de WIA-uitkering, na de 104 weken, en het einde van de loongerelateerde fase.
- Start en einde van de uitkering per verzekering.
Markeringen voor inkomen afbouwen van deze persoon die na de datum van arbeidsongeschiktheid liggen verdwijnen, omdat het werkinkomen dan al is gestopt. De persoon leeft, dus markeringen voor AOW en pensioen blijven staan. Eigen toegevoegde markeringen blijven altijd staan.
Wat (nog) niet wordt meegenomen
- Het inkomen uit de benutte restverdiencapaciteit: dat voer je zelf in als inkomen.
- Een WGA-excedentverzekering voor het loon boven het maximum SV-jaarloon. Of een WGA-hiaatverzekering basis of uitgebreid is maakt daarom geen verschil in de berekening.
- Toeslagen die door het lagere inkomen kunnen wijzigen, zoals zorgtoeslag en kindgebonden budget.
- De wettelijke 75% tijdens de eerste twee maanden van de loongerelateerde fase: er wordt met 70% gerekend.
- De stakingsafrekening van een onderneming.